075 230 00 52 | KLANTENSERVICE
0item(s)

U heeft geen producten in uw winkelwagen.

Ken je dat ongemakkelijke gevoel, dat je krijgt wanneer iemand langere tijd naar je kijkt...? Merkwaardig eigenlijk, want we vinden het ook juist prettig om oogcontact met mensen te maken. Dat mag kennelijk ook weer niet te lang duren, want dan wordt het weer als minder aangenaam beschouwd. Een interessant fenomeen, dat wetenschappers fascineert. Want wat is nu eigenlijk de ideale duur van oogcontact...?

Je bent op een feestje en je kijkt wat om je heen. Je blik blijft hangen bij die ene persoon. Even, enkele seconden, kijken jullie elkaar recht in de ogen. Dan worden de blikken weer afgewend. Zo gaat het niet alleen bij die onbekende persoon die je ontmoet op dat feestje, maar ook tijdens dat romantische moment met je partner op het strand. Je kijkt elkaar aan en geniet van het moment, maar zodra het staren te lang duurt, voelt het ongemakkelijk. In Londen hebben wetenschappers uitgezocht wat de maximale duur is van oogcontact om nog als aangenaam te worden bestempeld. Meer dan drie seconden blijkt niet gewenst te zijn. Probeer het zelf maar eens uit en ervaar hoe lang drie seconden kunnen zijn. Blijf je iemand langer aankijken, dan is de kans groot dat de ander wegkijkt. Soms leidt het zelfs tot discussie, waarin de ander zijn ongenoegen duidelijk laat blijken. Zinnen als 'Kun je het zien?' of 'Heb ik soms iets van je aan?' worden vaak gebruikt om de ander erop te attenderen dat het indringende kijkgedrag niet langer gewenst is. Soms gaat het echter onbewust. Je kijkt naar iemand, gedachten flitsen door je hoofd en terwijl je eigenlijk allang niet meer bezig bent diegene bewust te observeren, lijkt het erop alsof je de persoon in kwestie aanstaart. Zo kunnen misverstanden relatief eenvoudig ontstaan, met als gevolg dat de ander onrustig wordt of zich begint te ergeren aan je gedrag.

Het Britse onderzoek werd gedaan in een museum waar aan vijfhonderd mensen werd gevraagd om naar een beeldscherm te kijken. Deze proefpersonen kregen een video te zien met een mensenhoofd. Het hoofd keek recht naar voren, soms één seconde en soms meerdere seconden. Aan de proefpersonen werd gevraagd de persoon in de video aan te kijken. Met behulp van een camera werd bekeken in welke richting de proefpersonen werkelijk keken Ook werd gekeken in hoeverre de pupil groter of kleiner werd. Zo konden de onderzoekers vaststellen hoeveel tijd er verstreek voordat de proefpersonen de blik afwendden, op het moment dat ze door de persoon in de video werden aangekeken. Dat bleek te zijn na gemiddeld 3,5 seconden. Er werden geen grote verschillen gemeten tussen de proefpersonen onderling, dus kennelijk geldt dit voor jong en oud, voor man en vrouw en ook voor verschillende karakters, van introvert tot extrovert. Het enige dat opviel was dat mannen op iets hogere leeftijd hun blikken iets langer lieten rusten op aantrekkelijke jonge vrouwen. Doordat verschillende gezichten in de video werden getoond, die afwisselend korter of langer de camera in keken, kon ook worden vastgesteld dat een gezicht positiever werd beoordeeld als de persoon drie seconden keek. Verder werd geconcludeerd dat korter kijken wordt gezien als oppervlakkig en langer juist als bedreigend.

23 jul. 2016 19:58:44 door Raimond Bos Psyche en brein

Op internet zijn ze razend populair. Via social media worden ze volop gedeeld en ook televisieprogramma's vertonen ze met regelmaat. Waarover we het hebben...? Kattenfilmpjes...! Leuke, grappige of ontroerende filmpjes van de eigenzinnige huisdieren die zorgen voor vertedering en verbazing. Ze toveren een glimlach om onze mond en hebben een positief effect op onze gezondheid, zo blijkt.

Kattenfilmpjes worden enorm veel bekeken. Veel vaker dan de meeste andere huis-, tuin- en keukenfilmpjes. Bovendien zijn er ook heel erg veel van dit soort filmpjes. Om je een indruk te geven, alleen al in het jaar 2014 werden er ongeveer 2 miljoen (!) filmpjes over katten op YouTube geplaatst. Dat is verreweg de grootste en meest bekende website voor het plaatsen van filmpjes, maar zeker niet de enige. Bij de Nederlandse website Dumpert is zelfs een aparte rubriek waarin dergelijke filmpjes geplaatst kunnen worden. Het is allemaal niet voor niets, want het kijken naar deze filmpjes kost ons weliswaar tijd, maar levert ons ook veel goeds op. Wetenschappelijk is aangetoond dat het bekijken van een kattenfilmpje ervoor zorgt voor meer energie en een groter geluksgevoel. Negatieve emoties, zoals angst, verdriet of irritatie, hebben minder vat op ons na het kijken van een kattenfilmpje en we zijn na afloop ook beter in staat ons te concentreren. Dat laatste is goed nieuws voor werkgevers. Immers, het bekijken van zo'n filmpje kost natuurlijk wat tijd, dus het zou niet onder werktijd mogen gebeuren. Maar wanneer het ons vervolgens een betere concentratie en dus een verhoogde productiviteit oplevert, is het wellicht een idee om een dagelijkse kattenpauze in te roosteren, om even een paar minuutjes naar deze miauwende viervoeters te kijken. Vaak krijgen we met regelmaat filmpjes in dit genre toegestuurd door vrienden, kennissen of familieleden. Inmiddels zijn er al een aantal katten wereldberoemd geworden dankzij het massaal delen van de filmpjes, met als bekendste voorbeeld Grumpy Cat. Blijf ze vooral filmen en uploaden, in het belang van ons aller gezondheid...!

15 jul. 2016 19:21:34 door Raimond Bos Psyche en brein

Uit cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat het aantal kinderen dat deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma in het afgelopen jaar is gedaald. Kinderen krijgen twaalf inentingen om ze te beschermen tegen ernstige ziekten als hepatitis B, difterie, polio, enzovoort. Al vele jaren neemt het overgrote deel van alle kinderen in Nederland deel aan deze vaccinaties, doorgaans ligt het percentage tussen de 92 en 99 procent. In 2015 is een afname met 0,5 procent te zien, een verklaring hiervoor kan vooralsnog niet worden gegeven.

Het ondergaan van een inenting is voor velen een fluitje van een cent, maar er zijn ook mensen die er beduidend meer moeite mee hebben. Ook volwassenen moeten soms een bezoek brengen aan een arts of gezondheidscentrum om een inenting te krijgen, bijvoorbeeld wanneer ze op reis gaan naar een verre bestemming. Daarnaast kan bloedonderzoek nodig zijn wanneer vermoed wordt dat er iets mis is met de gezondheid. Ook dan komt er een naald aan te pas, zij het dat die niets toedient maar juist iets af neemt. Hoe dan ook, die naalden kunnen een schrikreactie veroorzaken, want veel mensen zijn er bang voor. Om daarom het artsbezoek dan maar uit te stellen, is meestal geen goed idee. Er zijn wel wat trucjes voor om deze vermeende kwelling zo goed mogelijk te kunnen doorstaan. Een echte kwelling is het namelijk niet, vaak zien mensen als een berg op tegen het prikje, dat in feite niets voorstelt. Met name hoogsensitieve personen kunnen de prikkel, die door de naald wordt afgegeven, als zeer intens ervaren. Dat kan leiden tot een grote angst voor naalden, die zodanige vormen aanneemt dat ze bijvoorbeeld niet meer naar de tandarts durven te gaan om gaatjes te laten opvullen. Daardoor neemt de kwaliteit van het gebit verder af en kan ook de gezondheid in zijn algemeenheid aanmerkelijk verslechteren.

Bang zijn voor naalden heeft vaak een oorzaak in het verleden. Het is daarom zaak om uit te zoeken waar die oorzaak precies ligt. Je kunt bijvoorbeeld door middel van regressietherapie de oorzaak van je angst proberen te achterhalen. Soms moeten ervaringen uit het verleden nog worden verwerkt en vormen ze daarom een blokkade, die in dit geval angstgevoelens oproept. Desondanks kan het nog altijd een onplezierig gevoel geven wanneer je voor een vaccinatie staat, probeer in dat geval je emoties om te zetten in een creatieve activiteit. Door je gevoelens op papier te zetten of bijvoorbeeld te verwerken in een kunstwerk of in een lied, bereik je dat je aandacht zich op andere dingen richt. Het kan een goede voorbereiding zijn in de aanloop naar de daadwerkelijke vaccinatie, doordat je er niet voortdurend in je hoofd mee bezig bent. Er zijn ook homeopatische of natuurgeneeskundige middelen verkrijgbaar die een kalmerende werking hebben. Het doen van ontspanningsoefeningen, bijvoorbeeld op de dag dat je naar de locatie gaat waar de vaccinatie zal plaatsvinden, kan ook solaas bieden. Neem gerust iemand mee om je te begeleiden, zodat je wat aanspraak hebt. Je kunt natuurlijk ook een gesprek aanknopen met iemand in de wachtkamer, want gedeelde smart is halve smart. Laat de persoon die vaccineert weten dat je bang bent en beloon jezelf na afloop...!

8 jul. 2016 21:26:04 door Raimond Bos Psyche en brein

Het menselijk brein en de exacte werking ervan blijft wetenschappers fascineren. Hoewel we door onderzoek steeds meer te weten komen, blijft er nog altijd veel onduidelijk over wat er zich allemaal in ons hoofd afspeelt. Is het bijvoorbeeld mogelijk, dat we beschikken over het vermogen een taal te spreken die we nooit echt goed geleerd hebben...? Je zou zeggen van niet, maar in de loop der jaren zijn er meerdere gevallen geweest die het tegendeel zouden moeten bewijzen. Dit verschijnsel wordt xenoglossy genoemd en stelt wetenschappers voor een raadsel. De belangrijkste vraag is daarbij of de personen in kwestie volledig de waarheid spreken, of een verhaal hebben bedacht om de aandacht op zich te vestigen.

Een geval van xenoglossy wordt over het algemeen gerelateerd aan een chirugische ingreep in het hoofd of aan het ontwaken uit een comatueuze situatie. Ook bij experimenten op het gebied van hypnose worden gevallen van xenoglossy gerapporteerd. We onderscheiden daarbij twee verschillende vormen van het verschijnsel, te weten recitatief en responsief. In het eerste geval betreft het mensen die, tussen de normale zinnen door, opeens volslagen onlogische woorden of zinnen uitspreken in een vreemde taal, waarvan ze de betekenis zelf niet kennen. Op zich valt dit nog wel enigszins te verklaren. We horen immers dagelijks om ons heen en via de media mensen in allerlei vreemde talen spreken. We verstaan er niets van, maar het is niet ondenkbaar dat we die informatie wel onbewust zeer gedetailleerd opslaan. Zoals een papegaai in staat is om geluiden feilloos na te bootsen, zo zijn wij dat zelf misschien ook, zonder dat we het weten. Het zou een hersenfunctie kunnen zijn die we normaal gesproken niet actief benutten, maar die opeens wordt aangesproken wanneer er in onze bovenkamer op de een of andere manier iets niet helemaal goed is verlopen. Immers, wanneer we operatief te werk gaan in het hoofd, kan er van alles gebeuren, met allerlei onverwachte effecten tot gevolg. Voor de goede orde, dit is slechts een veronderstelling, we weten er simpelweg te weinig van om er een duidelijke conclusie over te kunnen trekken.

Veel vreemder is het wanneer er sprake is van de responsieve vorm van xenoglossy. In dat geval blijkt iemand opeens in staat te zijn om een vreemde taal te spreken, die hij tot dan toe niet machtig was. Hiervan zijn diverse gevallen bekend. Een 13-jarig meisje uit de stad Knin, in het zuiden van Kroatië, raakte door onbekende oorzaak in coma. Toen ze ontwaakte, bleek ze opeens in vloeiend Duits een gesprek te kunnen voeren. Dat was vreemd, want het meisje was weliswaar aan Duitse lessen begonnen op school, maar ze bezat niet meer dan wat basisvaardigheden in die taal. Wel had ze wat Duitse boeken gelezen en Duitstalige televisieprogramma's bekeken, maar van het vloeiend kunnen spreken van de taal was, volgens de ouders van het meisje, absoluut geen sprake. Door de jaren heen zijn meer van dit soort gevallen bekend geworden. Al in 1862 was er een Duitse vrouw, die opeens in staat bleek om in vloeiend Frans te converseren, terwijl ze die taal nooit had gesproken. Destijds werd het verschijnsel gekoppeld aan regressie, waarbij de vrouw mentaal zou zijn teruggekeerd naar een vorig leven in Frankrijk. In 1977 zat in een Amerikaanse gevangeniscel een man die twee persoonlijkheden bleek te hebben. De ene keer noemde hij zich Abdul en sprak hij vloeiend Arabisch, de andere keer bediende hij zich van de naam Rugen en was Servo-Kroatisch zijn voertaal. De man was echter geboren en getogen Amerikaan en zou geen van beide talen ooit hebben gestudeerd.

Er zijn meer van dit soort bizarre verhalen. Een 10-jarige Filippijnse jongen bleek onder trance de taal van de zulu's te spreken. Hij deed dat perfect, terwijl hij deze taal nog nooit gehoord zou hebben. In 2007 crashte de Tjechische autocoureur Matej Kus met zijn voertuig op de racebaan en raakte zwaar gewond. Hij lag in coma, maar ontwaakte daaruit en bleek vervolgens perfect Engels te spreken met een Brits accent. Tot die dag had hij altijd zeer gebrekkig Engels gesproken. Lang kon hij niet van zijn nieuwe talent genieten, want na een paar dagen viel hij weer terug in zijn oude patroon en moesten er cursussen aan te pas komen om de Engelse taal goed onder de knie te krijgen. Een recent voorval komt uit de Amerikaanse staat Texas, waar een vrouw woont die opeens praat met een accent alsof ze de Britse koningin is. Ze onderging een kaakoperatie en vervolgens sprak ze met een Brits accent en af en toe met een Australisch accent. Aanvankelijk dachten medisch specialisten dat het ging om een tijdelijke bijwerking van de operatie, maar een half jaar later bleek het accent nog steeds niet te zijn verdwenen. De term xenoglossy is overigens samengesteld uit het Latijnse xeno, dat vreemd of buitenlands betekent, en het Griekse glossa, dat staat voor tong. Letterlijk zou je het dus kunnen vertalen als 'Met een Buitenlandse tong spreken' en het zal waarschijnlijk nog heel lang een mysterie blijven hoe dit verschijnsel kan ontstaan.

4 jul. 2016 23:35:07 door Raimond Bos Psyche en brein

Wanneer is iemand slim en wanneer is iemand dom...? Ben je slim, wanneer je vijf talen vloeiend spreekt, maar geen idee hebt hoe een computer werkt...? Ben je dom wanneer je twee keer bent blijven zitten in dezelfde klas, maar wel allerlei handigheidjes voor in en rond het huis weet te bedenken...? De begrippen 'slim' en 'dom' zijn maar betrekkelijk. Toch kunnen we gerust stellen dat een bepaald onderwijsniveau niet voor iedereen is weggelegd. Maar waarom dan...? Hoe kan het dat de één wel in staat is om bepaalde kennis tot zich te nemen en daar vervolgens ook iets mee te doen, terwijl de ander dat niet blijkt te lukken...?

Wetenschappers hebben zich jarenlang over deze kwestie gebogen. De uiteindelijke conclusie was dat intelligentie genetisch is bepaald. Er is een bepaald gen, genaamd NPTN, dat er kennelijk voor zorgt dat de hersenschors dikker wordt. Een dikkere hersenschors is in staat om complexere zenuwsignalen te verwerken dan een hersenschors die minder dik is. Door een intelligentietest af te nemen bij een grote groep kinderen en van hen ook de dikte van de hersenschors te meten, is dat verband aangetoond. Vervolgens is ook door onderzoek bevestigd dat de mensen met een dikkere hersenschors een andere variant van het NPTN-gen hadden dan de mensen met een dunnere hersenschors. Het is echter te kort door de bocht om het intelligentieniveau van iemand uitsluitend te koppelen aan dit ene gen. Er zijn ook genen die de aanmaak van een stof bevorderen die ervoor zorgt dat de hersenen effectiever worden.

In het algemeen kan worden gesteld dat de snelheid, waarmee we in staat zijn om informatie te verwerken, van doorslaggevend belang is voor het antwoord op de vraag hoe slim we zijn. Met behulp van een speciale techniek zijn onderzoekers in staat om hersengolven te meten, ze kunnen daardoor vaststellen hoeveel tijd er verstrijkt tussen het moment waarop een bepaalde prikkel wordt aangeboden en het moment waarop er hersengolven ontstaan als reactie op die prikkel. Dat klinkt op zich vrij logisch, maar het zit toch wel tamelijk complex in elkaar. We kunnen immers niet goed zien wat er dan precies sneller gaat, aangezien er verschillende soorten verbindingen bestaan tussen de hersengebieden. Iets heel anders, wij mensen schatten onze intelligentie vaak ten onrechte vrij hoog in. Zo menen velen dat wij slimmer zijn dan dieren, terwijl de wetenschap inmiddels heeft aangetoond dat er dieren zijn met veel hogere cognitieve vaardigheden dan wij mensen hebben.

26 jun. 2016 23:24:10 door Raimond Bos Psyche en brein

Leren... Even wachten... sporten...! Dat zou het ritme van studenten moeten zijn. Waarom...? Omdat je kennelijk dingen veel beter kunt onthouden wanneer je een uur of vier nadat je de grijze massa in beweging hebt gezet, zelf ook in beweging komt. Wetenschappers in Nijmegen hebben het uitgezocht door middel van een experiment. Weliswaar zijn de hierboven genoemde conclusies slechts tijdelijk, want er moet nog veel meer onderzocht worden om duidelijk te krijgen wat nu precies het effect is.

Het onderzoek van de Nederlandse wetenschappers werd gepubliceerd in het tijdschrift Current Biology. Een groep van meer dan zeventig personen kreeg plaatjes te zien via een computerscherm. Daarbij kregen de proefpersonen de opdracht om de exacte locatie van die plaatjes te onthouden. Een ogenschijnlijk simpele opdracht, maar vaak hebben mensen daar al behoorlijk wat moeite mee. Nadat de plaatjes waren vertoond, werd de groep in drieën gesplitst. Het eerste deel van de proefpersonen stapte direct na het plaatjes kijken op de fiets en ging een half uur lang intensief fietsen. Een andere groep deed eerst vier uur lang niets bijzonders en stapte daarna alsnog op de fiets. Het resterende deel van de proefpersonen kwam helemaal niet intensief in beweging. Met behulp van een MRI-scan werd na twee dagen de hersenactiviteit gemeten, terwijl de mensen werden ondervraagd over de locatie van de plaatjes die ze eerder hadden moeten onthouden. Daaruit kwam een opvallend resultaat. Er bleek vrijwel geen verschil te zijn tussen de hersenactiviteiten van de mensen die direct na het bekijken van de plaatjes op de fiets stapten en de mensen die helemaal niet intensief gingen bewegen. Dat verschil was wel duidelijk waarneembaar bij de groep die, na een rustpauze van vier uur, op de fiets was gestapt.

Deze mensen bleken duidelijk beter te scoren waar het de geheugencapaciteit betreft. Ze wisten de plaatjes beter op de juiste plek te zetten dan de proefpersonen uit de andere groepen. De onderzoekers zagen met behulp van de MRI-scan dat er sprake was van een duidelijker patroon van hersenactiviteit in de hippocampus, dat is het deel van de hersenen waar nieuwe kennis wordt opgeslagen. Mogelijk heeft dit te maken met de aanwezigheid van stoffen als dopamine en noradrenaline in het lichaam. Deze stoffen komen vrij bij intensief bewegen en spelen een rol bij de opslag van kennis in de hersenen. Nu is in dit onderzoek gekozen voor een min of meer willekeurige periode van vier uren tussen het moment van kennisopname en het moment van sporten. Daardoor hebben de onderzoekers niet kunnen vaststellen of de effecten wellicht anders zijn bij een kortere of langere rustpauze tussen die twee handelingen. Ook is niet vastgesteld of andere vormen van lichaamsbeweging hetzelfde effect hebben op het vermogen om kennis te kunnen opslaan. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig, waarbij men vooral wil gaan bepalen welke mate van bewegen op welk moment na de kennisopname voor ons van groot nut is. Het zou een doorbraak kunnen betekenen voor studenten met leerproblemen.

22 jun. 2016 23:19:59 door Raimond Bos Psyche en brein

Een fobie, ook wel angststoornis genoemd, kan je hele leven op zijn kop zetten. Maar liefst twintig procent van alle Nederlanders heeft er last van, bij vrouwen komt het vaker voor dan bij mannen. Maar dat betekent dus dat één op de vijf inwoners van dit land kampt met dergelijke angsten. Dat is een indrukwekkend cijfer om van te schrikken. Het vaakst blijkt er sprake van angststoornissen te zijn in de leeftijdsgroep van 25 tot 44 jaar. Van alle mensen bij wie dergelijke angststoornissen voorkomen, is bijna een derde ook nog eens depressief of aan de drank. Al met al zorgt dat ervoor dat angst- en dwangstoornissen in de top drie zijn beland van de meest voorkomende psychiatrische aandoeningen.

Paniekstoornissen, straatvrees, sociale fobieën, dwangstoornissen, piekeren, ziekteangsten of een verstoorde lichaamsbeleving. Een angststoornis kan zich in vele gedaanten openbaren. Het is goed om te weten wanneer we spreken over gewone angst en wanneer over een angststoornis. Angst is op zich namelijk een heel normale, natuurlijke eigenschap. Het is niet erg om ergens bang voor te zijn, maar bij mensen die een angststoornis hebben is er sprake van angst terwijl de omgeving daarvoor geen aanleiding geeft. Bij het minste of geringste raken deze mensen in paniek, terwijl de mensen in de directe omgeving van deze personen daar geen concrete aanleiding voor zien. Het leidt ertoe dat men bepaalde situaties gaat vermijden. Situaties die behoren tot de dagelijks routine, waardoor de angststoornis een zeer ingrijpende impact krijgt op iemands leven. Een normaal leven leiden is nauwelijks nog mogelijk en dat kan leiden tot vereenzaming en drankmisbruik. De mensen die een angststoornis ervaren, blijven in een neerwaartse spiraal zitten, omdat ze steeds meer dingen gaan vermijden terwijl de angstgevoelens daarvan niet verdwijnen. Het omgekeerde is juist het geval, deze mensen zouden zich juist moeten blootstellen aan situaties die ze eng vinden, om zo hun angsten te overwinnen. Zonder professionele begeleiding lukt het ze maar zelden om die stap te zetten.

Vaak denken mensen dat aan angst niets te doen is. Dat is een misvatting, want iedereen die last heeft van een angststoornis kan daarvan herstellen. Belangrijk is daarbij dan men bereid en in staat is om de aanwezige problemen met een ander te delen. Herken je iets van het bovenstaande in jezelf en heb je het altijd verzwegen voor de mensen om je heen? Neem dan iemand in vertrouwen en deel het met diegene. Dat kan een familielid zijn, een goede vriend of vriendin, de huisarts of wellicht iemand van een hulpdienst via een anonieme chat. Wanneer je over deze problematiek met iemand kunt praten, ontdek je dat je er niet alleen in staat, velen hebben met precies hetzelfde te maken. Ook lucht het enorm op dat je eindelijk het verhaal, waarmee je al zo lang rondloopt, met iemand kunt delen. Andere handige tips bij het bestrijden van angstgevoelens zijn dingen opschrijven (want daardoor krijg je voor jezelf meer inzicht in de oorzaak van je angst) en een 'worst case scenario' bedenken. Waar ben je bang voor...? Wat kan er in het allerslechtste geval reëel gebeuren...? Is dat inderdaad iets om bang voor te zijn...? Ook op die manier weet je angsten vaak prima de baas te worden.Op diverse locaties worden met regelmaat gratis cursussen en/of georganiseerd die ervoor zorgen dat je weer grip op je eigen leven krijgt. Informeer ernaar bij je huisarts of zoek ze op via het internet...!

21 jun. 2016 23:18:52 door Raimond Bos Psyche en brein

Er zijn van die gezinnen die met grote regelmaat de verhuisdozen inpakken. Een andere werkkring, een scheiding, een wijziging in de financiële situatie, een conflict met de buren, er zijn heel wat redenen te bedenken om van woonplaats te veranderen. Vaak wordt daarbij onvoldoende nagedacht over het effect van dergelijke ingrijpende veranderingen op de kinderen. Zouden ouders daar wat vaker bij stilstaan, dan zouden we in veel mindere mate te maken hebben met mensen die later psychische klachten ontwikkelen, zo blijkt ui Brits onderzoek.

De studie van de Britten richtte zich op bestaande onderzoeksgegevens uit Denemarken. Daar werden in de periode van 1971 tot 1997 gegevens geregistreerd van 1,4 miljoen inwoners. Ze werden gevolgd gedurende de eerste vijftien jaren van hun leven en allerlei informatie over deze mensen werd opgeslagen en is nu met elkaar gecombineerd. De algemene conclusie luidt dat kinderen die in hun jeugd vaker zijn verhuisd, later een grotere kans hebben op een psychische aandoening. Ook blijkt dat zich onder deze groep meer mensen bevinden die terecht komen in de criminaliteit of verslaafd raken aan drugs. De problemen lijken het grootst te zijn wanneer de verhuizingen plaatsvinden in de tienerleeftijd. Om een goed beeld te kunnen krijgen van het effect van verhuizingen, werden ook allerlei andere factoren, die van invloed kunnen zijn op de psychische gesteldheid, meegewogen. Het gezinsinkomen, het opleidingsniveau en de arbeidssituatie zijn immers ook van belang voor iemands welzijn. De onderzoekers, verbonden aan de universiteit van Manchester, kozen voor Denemarken omdat dit het enige land is waar de benodigde persoonsgegevens zo gedetailleerd zijn vastgelegd. Uit andere landen zijn wel gegevens beschikbaar, maar niet precies deze informatie, die nodig was om de juiste conclusies te kunnen trekken.

Van de 1,4 miljoen kinderen waarover in dit onderzoek wordt gesproken, was 37 procent ten minste eenmaal verhuisd naar een locatie buiten de oorspronkelijke gemeentegrens voordat de 15-jarige leeftijd werd bereikt. Wanneer er sprake was van meerdere verhuizingen, gebeurde dat voornamelijk op jonge leeftijd. De effecten van een verhuizing blijken voor alle jongeren waarneembaar te zijn, ongeacht de vraag of een kind woont in een welgesteld gezin of juist in een gezin dat het financieel niet zo breed heeft, de zogenoemde achtergestelde families. Opvallend: naar mate de leeftijd, waarop als kind moest worden verhuisd, hoger lag, steeg het aantal gevallen van zelfmoordpogingen op latere leeftijd. Wanneer er meerdere keren per jaar van woonlocatie moest worden gewisseld, bleken deze jongeren later hoger te scoren op het begaan van gewelddadige overtredingen. De onderzoekers hopen dat instellingen, die te maken hebben met de begeleiding van jongeren, zoals scholen en sociale diensten, alerter worden op dergelijke problematiek. Natuurlijk ligt hier in eerste instantie een taak voor de ouders, die zich beter zouden moeten realiseren welke ingrijpende gevolgen een verhuizing heeft op hun kind. Het is verstandig om verhuisplannen uitgebreid met een kind te bespreken en het kind niet voor een voldongen feit te plaatsen.

16 jun. 2016 23:15:50 door Raimond Bos Psyche en brein

Misschien herken je het wel...? Je wordt 's morgens wakker, maar je wilt eigenlijk nog even blijven liggen, gewoon omdat je nog geen zin hebt om uit bed te stappen. Als daar de gelegenheid toe is, kun je natuurlijk best nog even blijven liggen met de gordijnen dicht. Wil je echter fit aan de nieuwe dag beginnen, dan is het juist beter om die gordijnen direct open te doen. Je zou misschien denken dat het geen verschil maakt, maar de hormoonhuishouding in je lichaam wordt direct (positief) beïnvloed door het daglicht dat 's morgens je slaapkamer inkomt. Toch iets om rekening mee te houden...!

Gordijnen zijn in de huidige maatschappij vanzelfsprekend en soms zelfs onmisbaar. Ze zorgen voor wat privacy, maar ze beschermen ons ook tegen licht in de nachtelijke uren. Woon je in een hutje op de heide, met kilometers eenzaamheid om je heen, dan hoef je niet bang te zijn voor overbodige lichtinval tijdens de nachtelijke uren. Zolang er geen lantaarnpalen, reclamezuilen, autowegen en andere bronnen van licht te vinden zijn, heb je eigenlijk ook geen gordijnen nodig. Want om goed van je nachtrust te kunnen genieten, is het van belang dat het echt goed donker is. In de natuur wordt het 's nachts altijd helemaal donker, met slechts het flauwe schijnsel van de maan, dat voor een klein beetje licht zorgt. Meer dan dat hebben we ook niet nodig, sterker nog, het is schadelijk voor onze nachtrust wanneer we in een te lichte omgeving zijn. Ons lichaam raakt erdoor van slag, omdat het niet meer goed weet of het nu moet slapen of waken. Mensen die nachtdiensten draaien, moeten overdag slapen en kunnen dus het beste kiezen voor zeer goed verduisterende gordijnen. Een nog beter optie is in dat geval wellicht een volledig afsluitend (rol)luik voor het raam. Als het maar echt helemaal donker is, dan gaat het goed.

De natuur ontwaakt letterlijk aan het einde van de nacht. Het wordt buiten licht en ons lichaam weet daardoor dat het tijd is om weer aan de slag te gaan. Laat je de gordijnen dicht, terwijl buiten de zon al volop schijnt...? Dan hou je in feite je lichaam voor de gek. Je vertelt het eigenlijk dat het nog nacht is, waardoor de zin om op te staan ook niet echt komt. Je lichaam blijft als het ware hangen in een slaapachtige staat van bewustzijn en dat is niet bevorderlijk voor je stemming. Als je 's morgens wordt geconfronteerd met veel daglicht, gaan je hersenen ook meteen weer op volle toeren draaien en op dat moment komen stofjes als serotonine en dopamine vrij. Dat zijn allebei zogenoemde neurotransmitters. Serotonine is een tryptamine (een bepaald type organische verbinding) die invloed heeft op veel psychische zaken, zoals onze stemming, ons zelfvertrouwen, onze emoties, onze seksuele activiteit en onze eetlust. Dopamine wordt ook wel het gelukshormoon genoemd en dat zegt eigenlijk al heel veel in relatie tot bijvoorbeeld een ochtendhumeur. Dus wil je de dag zo zorgeloos mogelijk beginnen, stel jezelf dan direct na het ontwaken bloot aan zoveel mogelijk daglicht. Bedenk hierbij dat de meest natuurlijke vorm van ontwaken zou betekenen dat je helemaal geen gordijnen (maar ook geen kunstlicht) hebt en echt met het ritme van de natuur meebeweegt.

7 jun. 2016 15:18:36 door Raimond Bos Psyche en brein

Over de werking van ons brein zijn boeken volgeschreven, maar desondanks weten we er nog maar heel weinig van. Stapje voor stapje leren we steeds weer nieuwe dingen over de vermogens van onze hersenen en de wijze waarop bepaalde informatiestromen binnen die grijze massa verlopen. Zo was bijvoorbeeld al een tijdje duidelijk dat we herinneringen koppelen aan bepaalde omstandigheden. Een vakantieherinnering blijft langer hangen wanneer we er bewust een geur mee associëren, zoals die van de shampoo die je op dat moment gebruikt. Zo zijn er nog veel meer omgevingsfactoren, die we met onze zintuigen waarnemen, van doorslaggevend belang bij het onthouden van bepaalde informatie.

Met die kennis in huis is het natuurlijk interessant om je af te vragen of je op dezelfde manier ook informatie kunt wissen uit je geheugen, door op een andere manier over de bijbehorende context na te gaan denken. Neurologen zijn ermee aan de slag gegaan en kwamen tot de conclusie dat het inderdaad mogelijk moet zijn om op die manier bepaalde herinneringen te verwijderen. Dat is interessant, want dat biedt nieuwe kansen voor de behandeling van een posttraumatisch stress-syndroom. Met behulp van een geavanceerde scanner werd bekeken welke herinneringen door iemand aan welke context werd gekoppeld. De neurologen deden dit door een aantal proefpersonen een aantal onderwerpen en een woordenlijst moesten onthouden. Intussen kregen de proefpersonen beelden te zien van verschillende omgevingen, zoals bossen, stranden en berglandschappen. De conclusie van de neurologen na afloop van het experiment was dat de omgevingsbeelden werden opgeslagen parallel aan de woordenlijsten en dat de herinneringen aan de omgevingsbeelden verdwenen waren op het moment waarop men niet meer aan de woordenlijsten hoefde te denken. Door deze ontdekking verder uit te werken zou het mogelijk moeten zijn om een methode te ontwikkelen waarbij mensen baat kunnen hebben wanneer ze een vervelende ervaring willen verwerken en vergeten.

Hoe lastig het is om een goed beeld te krijgen van de werking van ons geheugen, zul je wellicht begrijpen wanneer je enige basiskennis van ons brein bezit. Zo wordt ons geheugen in eerste instantie opgedeeld in drie verschillende onderdelen. We onderscheiden het sensorisch geheugen, het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen. Het sensorisch geheugen registreert wat onze zintuigen waarnemen en kent voor elk van deze zintuigen weer aparte deelgebieden. Het opslaan van informatie door het sensorisch geheugen verloopt ongemerkt. Van de meeste dingen die we waarnemen hoeven we ons immers niet echt bewust te zijn. We horen vogels fluiten, verkeer langsrazen en mensen onze naam roepen, maar in feite is alleen dat laatste van belang om op te reageren. Die schifting wordt door het sensorisch geheugen gemaakt. De informatie die van belang is, wordt doorgegeven aan het kortetermijngeheugen. De ruimte is hier echter zeer beperkt, je kunt er hooguit een stuk of zeven verschillende dingen in kwijt. Daardoor kan het gebeuren dat je soms opeens iets belangrijks weer vergeten bent, het was wel aanwezig in het kortetermijngeheugen, maar het is als het ware weer overschreven door nieuwe informatie, nog voordat het goed kon worden opgeslagen in het langetermijngeheugen. Je zou het een beetje kunnen vergelijken met het werkgeheugen van je computer.

Verreweg de meeste informatie slaan we op in het langetermijngeheugen. Dit deel van ons geheugen bestaat ook weer uit twee verschillende secties, te weten het procedureel geheugen en het declaratief geheugen. Het procedureel geheugen combineert herinneringen met procedures. Ooit heb je geleerd hoe je moet lopen of fietsen, je leerde misschien een instrument te bespelen of een bepaalde machine te bedienen. Dergelijke handelingen verricht je nu zonder erbij na te hoeven denken. Die informatie is opgeslagen in het procedureel geheugen. Het declaratief geheugen wordt ook wel het feitengeheugen genoemd en bevat allerlei feiten die je in de loop der tijd tot je hebt genomen. De rijtjes met naamvallen, die je leerde op school. De namen en adressen van vrienden en bekenden. De dingen die je meemaakte en waaraan je herinneringen hebt. Al die informatie is hier terug te vinden. Dit is dan ook het deel van het geheugen waarop het hierboven beschreven onderzoek betrekking heeft gehad. Hoe lastig het is om met deze materie om te gaan en de juiste conclusies te kunnen trekken, blijkt wel uit de simpele proef die iedereen zelf kan doen. Denk NIET aan een roze olifant. Het effect van deze opdracht is dat je het beeld van een roze olifant juist niet meer uit je hoofd krijgt. Intussen blijven wetenschappers doorgaan met baanbrekend onderzoek.

25 mei 2016 19:06:59 door Raimond Bos Psyche en brein
Van hoog naar laag sorteren

Artikelen 11 tot 20 van 51 in totaal

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5