Wanneer we onszelf terugzien op foto's of filmbeelden, zijn we vaak verrast over het resultaat. We vinden meestal dat we er 'vreemd' uitzien. Ook wanneer we luisteren naar onze eigen stem in een opname, schrikken we vaak en zeggen we dat we heel anders lijken te klinken. Hoe is het mogelijk dat we onszelf nog steeds blijven verrassen...? Waarom zien en horen we onszelf anders dan we in werkelijkheid zijn...?

Dit heeft alles te maken met de manier waarop we onszelf waarnemen. Om te beginnen met het visuele gedeelte. We staan 's morgens op en we lopen naar de badkamer. Daar zien we onszelf in de spiegel. Vaak is er ook in de slaapkamer al een spiegel aanwezig en gedurende de dag bekijken we onszelf nog een aantal keren in de spiegel op het toilet, de spiegels in de auto, de make-upspiegeltjes, enzovoort. Zo raken we gewend aan het beeld dat we van onszelf zien in de spiegel. Maar dat beeld is niet het werkelijke beeld, het is ons spiegelbeeld. Wat links zit, zien we op de spiegel rechts, enzovoort. Zouden we, in plaats van te kijken naar ons spiegelbeeld, een foto van onszelf maken en die bekijken, dan zien we onszelf zoals een ander ons ziet. Eigenlijk zou een spiegel dus vervangen moeten worden door een apparaat dat niet ons spiegelbeeld toont, maar het beeld zoals een ander het ziet. Op zich is dat niet zo moeilijk, met een webcam kun je jezelf live op het beeldscherm van je eigen computer projecteren en in de meeste gevallen voorziet de software in de mogelijkheid om je eigen beeld op twee manieren te bekijken, het werkelijke beeld en het gespiegelde beeld. Het is dan alleen wel wat lastiger scheren of kammen, aangezien je dan opeens alles precies contra moet doen. Maar omdat we zo gewend zijn aan het kijken naar ons spiegelbeeld, vinden we van 'gewone' foto's vaak dat we er vreemd uitzien.

Bij het luisteren naar een opname van onze eigen stem geldt iets soortgelijks. We horen onze stem opeens een stukje hoger klinken dan we die normaal horen. Eigenlijk is dat dus de stem die iedereen altijd van ons hoort, maar zelf we ons dat niet bewust. Met onze stembanden produceren we trillingen en die trillingen komen via onze mond naar buiten. Ze worden opgevangen door de oren van de mensen in onze omgeving. Daar zetten ze het trommelvlies in beweging en via de gehoorbeentjes worden de trillingen dan doorgegeven aan het ovale venster. Dit venster is een soort vlies, dat zich bevindt aan het begin van het slakkenhuis, een onderdeel van het oor dat vloeistof bevat en dat ervoor zorgt dat de geluidsgolven uiteindelijk worden omgezet in een soort elektrische signalen, die naar de hersenen kunnen worden gestuurd. De plek waar in het slakkenhuis het signaal ontstaat, is bepalend voor de hoogte van de toon. Precies zoals het geluid de oren van onze toehoorders bereikt, bereikt het natuurlijk ook onze eigen oren. Maar intussen worden de trillingen, wanneer we spreken, ook door onze eigen schedelbeenderen doorgegeven. Dat gaat echter niet met dezelfde snelheid als via de lucht, het gevolg is dat de frequentie lager is en de toonhoogte voor onszelf ook lager klinkt. Dit verklaart het verschil tussen het luisteren naar onze eigen stem 'live' en via een geluidsopname.