Niet zelden ontstaat er ruzie tussen ouders en hun kind in de puberteit. De meningen over allerlei dagelijkse zaken lopen vaak nogal uiteen en wederzijds begrip lijkt vaak ver te zoeken. Ouders verwijten hun tieners vaak van alles, maar ze realiseren zich vaak niet dat hun kroost er weinig aan kan doen. Het brein van een puber wijkt namelijk nogal af van dat van een volwassene. Het is nog niet goed ontwikkeld en de processen verlopen daarom vaak heel anders dan bij hun ouders. Logisch dus, dat dit zo nu en dan wat wrijving geeft.

Een kind, dat in de puberteit komt, krijgt heel wat te verwerken. School, huiswerk, vrienden of vriendinnen, de dagelijkse gang van zaken thuis, sporten, na verloop van tijd een bijbaantje, enzovoort. Bij alles wat een puber doet, draaien zijn hersenen op volle toeren. Volwassenen zijn in staat om voor bepaalde taken slechts een deel van het brein in te schakelen, maar in de tienerjaren lukt dat nog niet. Daarom gebruiken ze ook voor kleine bezigheden al hun volledige hersencapaciteit. Ze zijn niet goed in staat om zich op één ding te concentreren. Dat maakt het vrij lastig voor ze om bijvoorbeeld alle aandacht op het huiswerk te richten. Dat onvermogen om zich te concentreren wordt overigens nog extra versterkt wanneer ze de hele dag met hun mobiele telefoon bezig zijn. Veel jongeren nemen het toestel zelfs mee naar bed en gaan daar vrolijk verder met het bekijken van websites, het versturen en ontvangen van berichtjes, het spelen van spelletjes, enzovoort. Dat leidt in veel gevallen tot slaapproblemen en concentratiestoornissen. Ouders zouden er op zich verstandig aan doen om hun kinderen 's avonds bij het naar bed gaan hun telefoons te laten inleveren, in hun eigen belang. Deze maatregel kan echter opnieuw tot een flinke ruzie, door onbegrip, leiden.

Als een puber, door het nemen van zo'n besluit, helemaal door het lint gaat, komt dat ook weer door de gebrekkige hersencapaciteiten. Het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor het beheersen van onze emoties, is bij pubers nog niet helemaal ontwikkeld. Het is daarom voor iemand in die leeftijd heel lastig om op een normale manier te reageren op situaties. Een woede-uitbarsting kan het gevolg zijn, zelfs wanneer daar helemaal geen aanleiding toe is. Ze zijn bovendien minder goed in staat om de emoties van anderen te duiden. Zo kan het zijn dat ze een ernstige blik al opvatten als boosheid, terwijl daarvan helemaal geen sprake hoeft te zijn. Ze zien het verschil niet goed en maken een afweging op basis van een onjuiste interpretatie. Bij dit alles komt ook nog eens het feit dat tieners vaak een verstoord bioritme hebben. Onderzoek heeft uitgewezen dat hun biologische klok in feite twee uur achter loopt. Wanneer je ze 's morgens om 07:00 uur uit bed trommelt, omdat het tijd wordt om naar school te gaan, is het voor hun gevoel pas 05:00 uur. Die twee uur komen ze dus eigenlijk op dat moment gevoelsmatig te kort. Dat pubers regelmatig verstrooid zijn, dingen vergeten of te laat komen, komt omdat het voorste deel van de frontale hersenkwabben (prefrontale cortex) nog niet is volgroeid.